Straatkinderen in Tbilisi

Vandaag ging de ene helft van de groep naar het Day Care Centre en wij gingen naar een opvang voor straatkinderen. Toen we het gebouwtje binnenliepen kwamen kinderen met harde rauwe stemmen ons tegemoet rennen. Ze zullen ergens tussen de twee en veertien jaar zijn. Ze klommen op schoot en klampten zich vast aan je lichaam, vechtend om een knuffel. Het was vrij duidelijk dat deze kinderen niet genoeg aandacht krijgen.

De kinderen zijn Koerdisch en ze zijn met hun ouder(s) naar Georgië zijn gekomen, omdat ze in Azerbeidzjan, het land waar ze voormalig woonden, niet meer mochten bedelen. De kinderen worden door hun ouders de straat opgestuurd en aan het eind van de dag worden ze weer in hun krottige huisjes verwacht met een bepaald bedrag bij zich. Hebben ze dit bedrag niet op kunnen halen, dan worden ze gestraft door hun ouders. Ze worden bijvoorbeeld geslagen of krijgen verhitte lepels in hun gezicht gedrukt. Wanneer deze kinderen een jaar of veertien zijn, bedenken hun ouders vaak dat hun kind maar eens moet gaan trouwen met een leeftijdsgenootje. De ouders van de jongen betalen de ouders van het meisje hier geld voor. De meiden zijn dan over het algemeen vrij snel zwanger. Zo was een van de meiden die naar de opvang komt ook zwanger. Ze zal ergens tussen de veertien en zestien jaar zijn.

Op straat leren ze zelfs basisdingen niet. Zo vertelden de begeleiders ons dat de kinderen in het begin niet eens wisten hoe ze naar de wc moesten en dus gewoon de hele vloer volplasten. Ik heb ontzettend veel respect voor de begeleiders die vier keer per week ‘s middags deze opvang leiden. Je hebt er echt veel geduld voor nodig.

We hebben voor de kinderen een toneelstuk over Jozef opgevoerd en hen hierover een kleurplaat laten maken. Vervolgens hebben we verschillende spellen met hen gedaan. Dankzij Tamuna, onze tolk en reisleidster, konden we met elkaar communiceren. We hebben geholpen in de keuken waarna we met zijn allen hebben gegeten. Het is prachtig om te zien dat je met maar een beetje aandacht zo’n grote glimlach op hun gezichten kunt toveren. Nadat we nog voor en met de kinderen gebeden hebben, gingen ze weer de straat op. Het voelt vreemd om ze te laten gaan en dat je verder niks voor ze kunt doen.

Weet je, ik wist natuurlijk best dat er arme kinderen bestaan, maar nu ik hen zo zie en me met hen bezighoud, dan besef ik een klein beetje beter hoe triest hun situatie is en hoe goed wij het in Nederland hebben.

Door: Laura van den Brink
Terug naar overzicht